|
Hoor het Woord van
God’s Openbaringen
< Openbaringen 1:1-20 >
“De openbaringen van Jezus Christus,
die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen,
die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden,
en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft; Dewelke het
woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en
al wat hij gezien heeft. Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die
horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve
geschreven is; want de tijd is nabij. Johannes aan de zeven Gemeenten,
die in Azie zijn: genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die
was, en Die komen zal; en van de zeven geesten, die voor Zijn troon
zijn; En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene
uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons
heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.
En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn
Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.
Amen. Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook
degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde
zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen. Ik ben de Alfa en de Omega,
het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die
komen zal, de Almachtige. Ik, Johannes, die ook uw broeder ben,
en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de
lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos,
om het Woord Gods, en om de getuigenis van Jezus Christus. En ik
was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter mij
een grote stem, als van een bazuin, Zeggende: Ik ben de Alfa en
de Omega, de Eerste en de Laatste; en hetgeen gij ziet, schrijf
dat in een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten, die in Azie
zijn namelijk naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamus, en naar
Thyatire, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea.
En ik keerde mij om, om te zien de stem, die met mij gesproken had;
en mij omgekeerd hebbende, zag ik zeven gouden kandelaren; En in
het midden van de zeven kandelaren Een, den Zoon des mensen gelijk
zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan
de borsten met een gouden gordel; En Zijn hoofd en haar was wit,
gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam
vuurs; En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als
in een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren. En Hij
had zeven sterren in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging een
tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon
schijnt in haar kracht. En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan
Zijn voeten; en Hij leide Zijn rechterhand op mij, zeggende tot
mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;En Die leef, en
Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen.
En Ik heb de sleutels der hel en des doods. Schrijf, hetgeen gij
gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen:
De verborgenheid der zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn
rechter hand, en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren zijn
de engelen der zeven Gemeenten; en de zeven kandelaren, die gij
gezien hebt, zijn de zeven Gemeenten.”
Bijbelverklaring
Vers 1: “De openbaringen van Jezus
Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen
de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel
gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft.”
Het Boek van de Openbaringen werd
geschreven door de Apostel Johannes, die de openbaringen van Jezus
Christus noteerde die hem gemaakt was tijdens zijn verblijf in Patmos,
een eiland in de Aegeïsche Zee waar hij naar verbannen was in de
jaren van bewind van de Roomse Keizer Domitian (ongeveer 95 n.Chr.).
En op dit eiland zag Johannes het rijk van God dat hem door Jezus
Christus getoond werd door de inspiratie van de Heilige Geest en
Zijn engelen.
Wat is deze “Openbaringen van Jezus
Christus?” Met de openbaringen van Jezus Christus, wordt bedoeld
dat God door Zijn vertegenwoordiger Jezus Christus, aan ons zou
openbaren, wat er met deze wereld en het Koninkrijk der Hemel in
de toekomst zal gebeuren. Wie is Jezus in Zijn grondbeginselen?
Hij is de Schepper God en de Velosser die de mensheid van de zonden
van de wereld heeft verlost.
Jezus Christus is de God van het Nieuwe
Koninkrijk dat komen gaat, de openbaarder die ons alles over deze
komende nieuwe wereld toont, en de vertegenwoordiger van God de
Vader. Door het Woord van de Openbaringen dat door Johannes genoteerd
is, kunnen we zien hoe Jezus met de oude wereld zal afhandelen en
de nieuwe zal openen.
Vers 2: “Dewelke het woord Gods
betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij
gezien heeft.”
Johannes kon getuigenis dragen tot
het Woord van de waarheid, vooral omdat hij zag wat Jezus Christus
in de toekomst zou doen als de vertegenwoordiger van God de Vader.
Johannes zag en hoorde wat door Jezus Christus vervuld zou worden,
en als dusdanig kon hij getuigen over zulke dingen.
Vers 3: “Zalig is hij, die leest,
en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren,
hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.”
Er werd gezegd dat degenen die het
Woord van God lezen en horen, dat door Johannes getuigd werd, zalig
zijn. Wie zijn zalig? Op de eerste plaats, zijn het de gelovigen
die het volk van God werden door verlost te worden van al hun zonden
door hun geloof in het Woord van God. Slechts de heiligen kunnen
gezegend worden omdat zij het zijn die het Woord van God, d.w.z.
alle dingen die zullen komen door Jezus Christus, dat genoteerd
werd door Johannes, lezen, horen en de getuigenis ervan houden.
Zij die op deze manier de heiligen van God zijn geworden, zullen
de zegen van de Hemel ontvangen door het Woord van God te horen
en hun geloof in Hem te houden.
Hoe zouden de heiligen ooit het geheim
van de waarheid van alles dat naar deze aarde en Hemel zou komen,
horen en zien, als God het ons niet door Johannes had verteld? Hoe
zouden zij kunnen zeggen dat ze de zegen van de kennis van te voren
hadden en in alle veranderingen die de wereld ondergaat geloven?
Ik dank en verheerlijk God omdat Hij ons door Johannes alles toonde
dat deze aarde en hemel te wachten staat. In onze huidige tijd,
zijn inderdaad mensen die met hun eigen ogen het Woord van God’s
openbaringen door Jezus Christus kunnen lezen en zien, de zaligen.
Vers 4: “Johannes aan de zeven
Gemeenten, die in Azie zijn: genade zij u en vrede van Hem, Die
is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven geesten, die voor
Zijn troon zijn.”
Johannes zegt hier dat hij zijn brief
aan de zeven Gemeenten in Azië zal sturen. Nadat hij de profeties
en de openbaringen, die God hem tijdens zijn ballingschap op het
Eiland van Patmos maakte, had genoteerd, zond Johannes ze naar de
zeven Gemeenten van Azië als ook naar alle kerken van God over de
hele wereld.
Vers 5: “En van Jezus Christus,
Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de
Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons heeft liefgehad, en
ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.”
Waarom noemt Johannes Jezus Christus
“de getrouwe Getuige”? Onze Heer kwam naar deze wereld en werd door
Johannes de Doper gedoopt, om alle mensen die in zonde waren en
op weg waren naar hun vernietiging, te verlossen. Door Zijn doopsel
nam Jezus alle zonden van de wereld in een keer op Zich, bloedde
aan het Kruis om de lonen van de zonde met Zijn eigen leven te betalen,
en herrees na drie dagen van de dood, alles om de gelovigen te redden
en hun zonden te reinigen. Omdat het niemand minder dan Jezus Zelf
is die alle zondaars van de wereld van al hun zonden heeft bevrijd,
is Christus de levende getuige aan deze zaligheid.
Door “de eerstgeborenen van de dood,”
vertelt Johannes ons dat Jezus de eerste vrucht werd door naar deze
wereld te komen en alle vereisten van de Wet te vervullen, met andere
woorden, door de loon van de zonde te betalen, door alle zonden
met Zijn doopsel weg te nemen, aan het Kruis te sterven, en van
de dood te herrijzen. En terwijl Christus “ons liefhad en ons in
Zijn eigen bloed” waste, heeft God de mensen die in het evangelie
van het water en de Geest geloven, van al hun zonden verlost.
Vers 6: “En Die ons gemaakt heeft
tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de
heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.”
Als de vertegenwoordiger van God de
Vader, kwam Jezus naar deze wereld in het vlees en redde de zondaars
met Zijn doopsel en bloed aan het Kruis. Met deze daden van genade,
heeft Christus ons gereinigd en maakte Hij ons het volk en de prekers
van God. Moge alle glorie, lof en dankbetuigingen voor altijd en
eeuwig aan de Vader, die ons deze zegen van Zijn wonderbaarlijke
genade heeft gegeven, en de Zoon die Zijn vertegenwoordiger en onze
Verlosser is, worden gegeven. Het doel van de vleeswording van Christus
was, om ons het volk en de prekers van het Koninkrijk van God te
maken voor de Vader. We zijn tot ‘koningen’ gemaakt van het Koninkrijk
der Hemel waar we met God eeuwig zullen leven.
Vers 7: “Ziet, Hij komt met de
wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken
hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven;
ja, amen.”
Er wordt gezegd dat Christus zal komen
met de wolken, en ik geloof er volkomen in. Dit is niet een science-fiction
verhaal. Dit is de profetie dat Jezus Christus inderdaad naar deze
aarde van de Hemel zal terugkeren. Er wordt hier ook gezegd dat
“zelfs zij die Hem doorstoken hebben” Hem zullen zien. Wie zijn
zij? Dit zijn zij die het Woord van het water en de Geest slechts
als één van de vele religieuze leren van de wereld zagen, zelfs
toen dit Woord de macht had om hun allen te redden.
Zij die Christus doorstoken hebben,
zullen het zeker betreuren als Hij terugkeert. Zij zullen huilen
en treuren, omdat tegen de tijd dat zij zich realiseren dat het
evangelie van het water en de Geest inderdaad het evangelie van
de verlossing van hun zonden is en dat Jezus door Johannes gedoopt
was om alle zonden van de wereld weg te nemen, het te laat voor
hun zou zijn.
Vers 8: “Ik ben de Alfa en de Omega,
het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die
komen zal, de Almachtige.”
Met “de Alfa en de Omega,” vertelt
Johannes ons dat onze Heer de God van het oordeel van wie zowel
het begin en het einde van het hele universum en de geschiedenis
van de mensheid afgeleid is. De Heer zal terugkeren om de rechtvaardigen
te belonen en de zondaars te veroordelen. Hij is de Almachtige God
die de zonden van de mensen zal veroordelen en de gerechtigheid
van degenen die in Zijn gerechtigheid geloven, belonen.
Vers 9-10: “Ik, Johannes, die ook
uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk,
en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd
Patmos, om het Woord Gods, en om de getuigenis van Jezus Christus.
En ik was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter
mij een grote stem, als van een bazuin,”
Het woord “broeder” wordt gebruikt
als de mede-gelovigen elkander roepen. In de wedergeboren kerk van
God noemen degenen die familie zijn geworden door in het evangelie
van het water en de Geest te geloven, elkaar broeder en zuster en
deze benamingen worden ons door ons geloof in het evangelie van
het water en de Geest gegeven.
De “Dag van de Heer” verwijst hier
naar de dag na de Sabbath toen Jezus van de dood herrees. Het is
deze dag van de week dat Jezus herrees en daarom noemen wij de zondag
“de Dag van de Heer.” Deze dag markeert het einde van het tijdperk
van de Wet en de opening van het nieuwe tijdperk van de zaligheid.
Met Zijn Herrijzenis vertelde onze Heer ons ook dat Zijn Koninkrijk
niet van deze wereld is.
Vers 11: “saying, ‘I am the Alpha
and the Omega, the First and the Last,’ and, ‘What you see, write
in a book and send it to the seven churches which are in Asia: namelijk
naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamus, en naar Thyatire,
en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea.’”
Johannes schreef op wat hij door de
openbaringen van Jezus Christus zag en hij zond dit als brieven
naar de zeven Gemeenten in Azië. Dit vertelt ons dat God tot de
hele Kerk spreekt door Zijn dienaren die voor ons lopen.
Vers 12: “En ik keerde mij om,
om te zien de stem, die met mij gesproken had; en mij omgekeerd
hebbende, zag ik zeven gouden kandelaren.”
Omdat de Geschriften van God nog niet
helemaal voltooid waren in de tijd van de apostels, was er geen
noodzaak om te tekens en de visioenen aan de discipels te tonen.
Toen Johannes zich omdraaide om de stem van God te horen, zag hij
‘zeven gouden kandelaren.’ De kandelaren symboliseren hier de kerken
van God, de samenkomst van de heiligen die in de openbaringen van
het evangelie van het water en de Geest geloven. God was de Heer
van de zeven kerken in Azië en Hij was en is de Herder die voor
alle heiligen zorgt.
Vers 13: “En in het midden van
de zeven kandelaren Een, den Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed
met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een
gouden gordel.”
“Een, den Zoon des mensen,” die Johannes
“in het midden van de zeven kandelaren zag,” verwijst naar Jezus
Christus. Als de Herder van de heiligen, bezoekt Jezus en praat
Hij met degenen die in het Woord van de waarheid van Zijn doopsel
en kruisiging geloven. Johannes beschrijving van Christus in “een
lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden
gordel” symboliseert de status van onze Heer als de vertegenwoordiger
van God de Vader.
Vers 14: “En Zijn hoofd en haar
was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk
een vlam vuurs;”
Onze Heer is volmaakt heilig, koninklijk
en waardig. “Zijn ogen gelijk een vlam vuurs” betekent dat Hij,
als de Almachtige God, de gerechte rechter van iedereen is.
Vers 15: “En Zijn voeten waren
blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stem
als een stem van vele wateren.”
Wie denken wij dat Jezus is? De heiligen
geloven dat Hij helemaal en volledig God is. Onze Heer is almachtig
en heeft geen zwakheden. Maar omdat Hij onze zwakheden ervoer toen
Hij hier op aarde leefde, heeft Hij een diepgaand begrip ten opzichte
van onze omstandigheden en toestanden, en kan Hij ons dus beter
helpen. Dat Zijn stem als het geluid van vele wateren was, toont
slechts hoe heilig en almachtig onze Heer is. Er is geen beetje
onvolmaaktheid of zwakheid in onze Heer, en Hij is gevuld met Zijn
heiligheid, liefde, majesteitelijkheid, en eer.
Vers 16: “En Hij had zeven sterren
in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp
zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon schijnt in haar kracht.”
Dat “Hij in Zijn rechterhand zeven
sterren had” betekent dat de Heer de kerk van God houdt. Het scherpe
tweesnijdende zwaard van Zijn mond symboliseert aan de andere kant
dat Jezus de Almachtige God is die met het Woord van gezag en de
macht van God werkt. “Gelijk de zon schijnt in haar kracht” onze
Heer is de God van het Woord, de Alleskunnende.
Vers 17: “En toen ik Hem zag, viel
ik als dood aan Zijn voeten; en Hij leide Zijn rechterhand op mij,
zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste.”
Deze vers toont ons slechts hoe zwak
en duister wij zijn voor de heiligheid van God. Onze Heer is altijd
alleskunnend en volmaakt en Hij openbaart Zichzelf aan de dienaren
van God soms als een vriend, en andere keren als de God van het
nauwgezette oordeel.
Vers 18: “En Die leef, en Ik ben
dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En
Ik heb de sleutels der hel en des doods.”
Onze Heer leeft voor altijd en Hij
heeft alle gezag van de Hemel als de vertegenwoordiger van God de
Vader. Zowel als de Verlosser als ook de Rechter van de mensheid,
is Hij de God die het gezag over het eeuwige leven en de dood heeft.
Vers 19: “Schrijf, hetgeen gij
gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen:”
De dienaren van God hebben de plicht
om het doel en de werken van God te noteren, van zowel het heden
als ook de toekomst. De Heer zei dus tegen Johannes om in geloof
te verspreiden wat Hij hem had geopenbaard, het geloof van de kerk
van God dat eeuwig leven zou verdienen, en alle dingen die in de
toekomst komen zouden. Dit is wat God, door Johannes, ons ook heeft
geboden om te doen.
| Wilt
u meer over de Openbaring weten? Klik dan op de
onderstaande banner om uw gratis boek over de Openbaring te
ontvangen. |
 |
Vers 20: “De verborgenheid der
zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn rechter hand, en de zeven
gouden kandelaren. De zeven sterren zijn de engelen der zeven Gemeenten;
en de zeven kandelaren, die gij gezien hebt, zijn de zeven Gemeenten.”
Wat is “de verborgenheid van de zeven
sterren?” Het is dat God Zijn Koninkrijk zou bouwen door ons Zijn
volk te maken door Zijn dienaren. “De gouden kandelaars” symboliseren
de kerken van God die gebouwd werden door de heiligen die in het
evangelie van het water en de Geest geloven dat God de mensheid
heeft gegeven.
Door Zijn dienaren en Zijn kerken
heeft God de gelovigen getoond wat Zijn doel is en wat deze wereld
in de toekomst te wachten staat. Door het Woord van de openbaringen
dat Hij aan Johannes heeft getoond, en hem liet noteren, zullen
wij ook binnenkort met onze eigen ogen Zijn werken zien. Ik dank
en loof God voor Zijn goddelijke voorzienigheid dat alle dingen
die in deze wereld gebeuren gaan, heeft geopenbaard.
Terug
naar lijst
|